Anderlecht : ° C

Padel

Wat is padel?

Je speelt Padel altijd in Dubbelspel (2 tegen 2), met een padelbal en een padelracket, waarbij je de tennistelling gebruikt (15-30-40-game en om 2 gewonnen sets). Het glas is je vriend en het hek is een onvoorspelbaar hulpmiddel in het spel.

Spelverloop

Bij padel moet de bal over het net op de speelhelft van de tegenspelers gespeeld worden. De bal moet eerst botsen op de grond voor hij één van de wanden raakt. Het doel is om de tegenspelers te beletten de bal terug te slaan. Spelers mogen de bal onmiddellijk met volley spelen of na de bots spelen. Na de bots mag de bal eerst om het even welke wand raken alvorens hij wordt teruggespeeld. De speler mag ook met behulp van de wand (niet de metalen structuur) de bal terugspelen naar de andere speelhelft.

De onderhandse Padel service

Elk punt begint met een onderhandse service (2 kansen) die cross in het servicevak gespeeld moet worden. De bal moet je eerst achter de servicelijn laten stuiten, waarna je vervolgens van achter de servicelijn de bal schuin over het net speelt. Als de bal via het net in het vak land wordt er een let (opnieuw) gespeeld. Een bijzondere regel is dat als de 2e stuit van de service aan de overkant, niet tegen het onvoorspelbare hek mag komen (ter voorkoming van een ace op basis van puur geluk). De 2e stuit tegen het glas is dus wel goed!. Na het punt rechts geserveerd te hebben, speel je het volgende punt vanaf links.

Het glas is je vriend

De bal mag maximaal 1 keer botsen op de grond! Dat betekent dat als de bal tegen het glas komt, dit niet geteld wordt als stuit! Je kan dus de bal na de glaswand nog terugslaan, voordat die weer op de grond komt. Daarnaast mag je het glas gebruiken om de bal naar de overkant te krijgen.

Het hek is een onvoorspelbaar hulpmiddel

Nadat de bal tegen het hek komt, mag je, voordat de bal weer op de grond komt, de bal nog naar de overkant slaan. Hierbij mag je de bal niet via het hek naar de overkant slaan. Let op: Het hek is gevaarlijk, want hij is niet gelijk. Dit betekend dat de bal zomaar op kan springen naar een kant die je niet verwacht! Maak hier gebruik van in de aanval, maar let goed op tijdens het verdedigen!

Wanneer verlies je als het punt?

  • 2 keer laat stuiteren
  • in het net slaat
  • 2 keer fout serveert
  • over het net direct tegen het glas- of hekwerk van de tegenstander slaat
  • via je eigen hekwerk naar de tegenstander slaat
  • als je met een lichaamsdeel of je racket het net, de netpaal of iets anders in het veld van de tegenstander raakt